‘Meisje met de parel’ vanaf 15 augustus 2026 op reis

Belangrijk bericht voor bezoekers van het Mauritshuis in Den Haag. Vanaf 24 augustus 2026 tot en met 20 september 2026 is het Mauritshuis vanwege werkzaamheden gesloten voor publiek. Vanaf 15 augustus tot en met 4 oktober 2026 is Meisje met de parel van Johannes Vermeer niet te zien in het museum. Ook Diana en haar nimfen reist met haar mee en is vanaf 5 augustus 2026 van zaal. De schilderijen zijn vanaf 21 augustus tot 27 september 2026 te zien in het Nakanoshima Museum of Art in Osaka, Japan.

Het schilderij is geen portret, maar een tronie, een fantasiekop. Rembrandt maakte dit genre in de 17e eeuw populair. Tronies werden in groten getale voor de open markt geproduceerd. Anders dan bij portretten waren de modellen vrijwel altijd anoniem. Net als Vermeers andere modellen heeft men het meisje nooit kunnen identificeren. Hoewel zijn oudste dochter Maria, die in die periode twaalf à dertien jaar oud was, als kandidaat wordt genoemd is daar geen enkel bewijs voor. Het afgebeelde meisje draagt een blauwe tulband met een gele, omlaag vallende doek. De tulband werd nat-in-nat geschilderd en bevat tinten van een mix van loodwit en ultramarijn, met daaroverheen een ultramarijn-blauwe glacislaag.

De hoofdbedekking contrasteert met het bruinachtig gele jasje met de witte kraag. In het oog springt de ‘parel’, die geen parel is; een grootse creatie van glimlichten en schaduwen en rafelige randen. Met twee verfstreken gaf Vermeer linksboven aan de parel een helder lichtaccent en onderaan een weerschijn van haar witte kraag. Gezien de grootte en de metalige weerkaatsing (geen lichtverstrooiing zoals bij een parel) is het eerder een glazen, gelakte ‘druppeloorbel’ dan een natuurlijke parel. Ook de modellen op Meisje met de rode hoed en Meisje met de fluit dragen dergelijke oorbellen. Het lijkt alsof het meisje met haar onbevangen blik direct contact zoekt met de toeschouwer. Haar vochtige, extra rood aangezette lippen geven haar een sensuele uitstraling. De achtergrond is zwart, maar was oorspronkelijk donkergroen. Door de aantasting van kleur en glans is die laag in de loop der eeuwen donkerder geworden.

Na Vermeers dood in 1675 vermeldde de inventarislijst van zijn bezittingen Twee tronijnen geschildert op sijn Turx. Meisje met de parel kan één daarvan zijn geweest. Vermeers mecenas Pieter van Ruijven was mogelijk na Vermeer de eerste eigenaar. Bij zijn dood in 1674 liet Van Ruijven zijn kunstverzameling na aan zijn weduwe. Via zijn dochter kwamen de schilderijen in het bezit van Van Ruijvens schoonzoon Jacob Dissius. Op 16 mei 1696 werden uit Dissius’ nalatenschap 21 schilderijen van Vermeer geveild in Amsterdam, waaronder drie tronies (nr. 38, 39 en 40). Deze brachten respectievelijk 10, 17 en 46 gulden op. De veilinglijst beschreef één daarvan als Een Tronie in Antique Klederen, ongemeen konstig.

In 1881 dook het op bij de ‘veiling Braams’ in het Venduehuis der Notarissen in Den Haag. Het stond in de catalogus omschreven als Meisjeskop het hoofd met een doek omwonden. Vermeld werd dat de schilder onbekend was. Victor de Stuers, rijksambtenaar voor kunsten, en zijn buurman en vriend, kunstverzamelaar Arnoldus Andries des Tombe (1816-1902) brachten op de kijkdag een bezoek aan het schilderij. Het doek was echter te vuil om meteen een juiste beoordeling te geven, maar ze zagen er wel de kwaliteit van in. Om geen argwaan te wekken, spraken ze af dat Des Tombe het zou proberen te verwerven. Deze kocht het schilderij voor het luttele bedrag van twee gulden, plus dertig cent veilingcommissie. Bij de restauratie van het verwaarloosde werk in Antwerpen werd na het verwijderen van de vergeelde vernislaag in de linkerbovenhoek de signatuur van Vermeer ontdekt: IV Meer (Iohannes Vermeer ineen). Des Tombe had geen nakomelingen en vermaakte bij zijn overlijden in 1902 een deel van zijn kunstverzameling aan het Mauritshuis, waaronder dit schilderij.

Tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog kwam het schilderij in handen van nazi-Duitsland, maar bleef in Nederland. Vanaf 1 juli 1940 werd het na sluitingstijd onder het Mauritshuis opgeslagen in een speciaal gebouwde, bomvrije kunstkluis. Vanwege aanhoudende luchtaanvallen werd het in april 1941 in de lijst ter beveiliging opgeslagen in een bunker voor kunst in de duinen bij Zandvoort en op 11 mei 1942 per trein (1e klasse) overgebracht naar de Maastrichtse kunstbunker in de Zuid-Limburgse Sint-Pietersberg.

Meer info:

Mauritshuis: https://www.mauritshuis.nl/

Recente en oudere musea blogs: https://www.freestampmagazine.nl/tag/made-in-holland/

Plaats een reactie

Het moment waarop je reactie zichtbaar wordt kan per taal verschillen en tot maximaal 24 uur duren.

Maak een blog