Uitgave kinderpostzegels 1951 een wereldprimeur
Uitgave kinderpostzegels 1951 een wereldprimeur
Dit jaar, driekwart eeuw geleden, zijn gewone, niet met naam bekende jongens en meisjes uit ons land gefotografeerd en op postzegels geplaatst. Behalve levende personen van koninklijke huize komen op postzegels terecht en bepaald nog geen kinderen.
Naderhand bleek tot grote verrassing van de kinderpostzegel-kinderen zelf dat ze op kinderpostzegels terecht waren gekomen. Zelfs dochter Hansje van fotograaf Oorthuys wist er ook van niets.
– De verkoop van de postzegels op de eerste dag van uitgifte is ook uniek geweest. In een geïmproviseerd postkantoor verkocht ieder kind als ‘PTT-postambtenaar’ zijn postzegel aan de consument.
– Verbazingwekkend is ook het feit geweest dat het Amerikaanse tijdschrift Life Magazine (14 januari 1952, 63 dagen nà de emissie-uitgifte) met kinderzegels in zwart-wit en bijschrift er uitgebreid aandacht aan heeft besteed. *)
– Resultaat? “Jij als gewoon kind gaat met je gezicht op postzegel al de hele wereld rond.”

Portretpostzegels kinderzegels 1951
De keus voor foto’s op kinderpostzegels heeft als oorzaak de na-oorlogse bezuinigingen. Het kostenplaatje van de getekende kinderzegels 1950 is te hoog uitgevallen. Om de uitgave van postzegels in 1951 goedkoper te maken, is voor de fotografie gekozen. Daarbij is het oog gallen op de fotograaf Cas Oorthuys
Karakteristieke woon-, leef- en werklocaties
Fotograaf-ontwerper Cas Oorthuys (1908 – 1975) gaat van een duidelijk omschreven grondslag uit bij de samenstelling van de kinderzegels 1951. De kinderen dienen in uiterlijk, in gelaatsuitdruk-king en in “hun ganse wezen” iets uit te stralen dat met hun milieu heeft te maken.
De achtergronden verwijzen naar het platteland, een stad in aanbouw, een vissersplaats, een indu-striewijk en een modern grote stadsbuurt. Met andere woorden de voorgrond moet met de achter-grond een eenheid vormen.
1) Het platteland

De 12-jarige Hansje Oorthuys vertegenwoordigt glimlachend het plattelandskind. De dochter van de fotograaf poseert voor een uitgestrekt weidelandschap met daarin een molen. De lage horizon komt overeen met die van landschapsschilderijen uit de 17e eeuw en verwijst naar ons laag gelegen land dat ook met ‘neder’ of ‘hol’ wordt aangeduid.
– Op de achtergrond staat de watermolen aan de Brassemermeer in de winter. Het ijs op de voorgrond van de gemonteerde foto is veranderd in grasland.
– In 1986 heette de 45-jarige Hansje al jaren aaneen Hannah Oorthuys en werkt als grafisch ontwerpster in Londen. Twee maal getrouwd: Duccio Turin (Italiaan) & Guy Atkins.
2) Een stad in aanbouw

De 12-jarige Jan van den Heuvel beeldt het stadskind uit. Hij is voor huizen in aanbouw in de na-oorlogse wederopbouw periode geplaatst. De summier afgebeelde kraan met hijshaak verwijst naar de wederopbouwperiode van na de 2e wereldoorlog.
– Jan toont met trost ‘zijn’ postzegelvel met 100 kinderzegels.
– Jan ondertekent op 12 november 1951 als ‘onbezoldigd PTT-ambtenaar’ een kasorder na zijn
functie als loketmedewerker.
– Jan is voor zo ver mij bekend als 86-jarige (zie kleurenfoto rechts) spring levend en nog steeds
bijster actief bezig. Hij werkte vroeger bij het Amerikaanse telecomorganisatie AT&T. *)
3) Een vissersplaats

De 9-jarige Andries Zwart gekleed in dikke trui met opstaande kraag rondom de hals (als beschermer tegen koud weer en wind) stelt het visserskind voor. Visnetten, scheepsmast met tuig en gevelbekleding van een afslaggebouw (visveiling) symboliseren een vissersplaats.
– In zomer 1950 was Oorthuys in Egmond aan Zee en kwam daar een jongetje tegen die voor hem de ideale persoon was voor de postzegel. Op de vraag of hij hem mocht fotograferen, stemde Andries meteen in. Hij werd er in verschillende standen, houdingen en met allerlei gelaatsuitdruk-kingen gefotografeerd. Pas veel later kreeg hij tot zijn verbazing bericht dat hij op een kinderpost-zegel terecht was gekomen. Bovendien werd hij uitgenodigd om in Amsterdam te komen waar hij zelf zijn postzegel mocht verkopen.
– De achtergronden van de kinderzegels zijn alle neutraal. Tijdens het ontwerpproces brengt Oorthuys verschillende attributen, waardoor het kind in een bijpassend milieu terechtkomt. Op de 6 cent kinderzegel zijn netten, scheepsmast en een afslaggebouw zichtbaar aanwezig.
4) Een industriewijk

De 12-jarige Jaap Blom vertegenwoordigt het fabriekskind. Rokende fabrieksschoorstenen en
ijzeren constructiewerk aan weerskanten van Jaap tonen op levendige wijze de fabrieksactiviteiten.
– Na verloop van tijd komt Oorthuys tot inzicht dat een beschermbril te veel van het goede is om een fabriekskind te karakteriseren. Hij beperkt zich tot een minimum aan beeld om een maximum aan uitdrukking en expressie. Inderdaad minder is meer.
– Dat Jaap op de kinderzegel terecht is gekomen, is stom toeval geweest. Voor het rondbrengen van melk zijn drinkmelk in school kwam hij bij toeval in het lokaal terecht, waar Oorthuys juist bezig was foto’s te maken van Erna of Jan. “Toen hij mij zag, heeft hij in no time een aantal foto’s van mij gemaakt. Ik was naderhand stomverbaasd dat ik op een postzegel terecht was (wist ik veel) en dat ik op 12 november 1951 in Amsterdam werd verwacht.”
– De 47-jarige Jacob Blom in 1988.
5) Een modern grote stadswijk

De 11-jarige Erna Wolters beeldt het moderne stadskind uit. Op de achtergrond bevindt zich een
flatgebouw met balkons. Er bestaat tussen deze afbeelding en die van de 5 cent zomerzegel 1950
overeenkomst in gebouw, functie en verwijzing.
– De PTT-leiding wilde een andere achtergrond voor de garenspinnerij. Het fabrieksmeisje moest een stadskind worden. Haar uitstraling is niet passend voor de textielindustrie. Op een waardige wijze vertegenwoordigt zij het stadskind met een flat met balkons op de achtergrond van een moderne stad .
– Op de eerste dag van uitgifte van de kinderzegels nam de ‘hooggeplaatste PTT-ambtenaar’ Erna Wolters plaats achter het loket van een speciaal ingericht postkantoortje in de 4e Montessorischool aan de Boerhaavestraat in Amsterdam. Geheel links van Erna staan Jaap met rechts van hem Jan. Achter de gaasscheiding is Hansje nog net zichtbaar.
– Bij alle vijf kinderpostzegels is een foto geplaatst, waarop zij een deel van een postzegelvel van 100 zegels op borsthoogte voor zich houden. De stralende Hansje daarentegen houdt twee vellen omhoog.
– De verkoop van postzegels door kinderen, waarop ze zelf staan, blijkt een wereldprimeur te zijn geweest. De landelijke en internationale pers was ruimschoots aanwezig op de eerste dag van uitgifte van de kinderzegels 1951.
– De 18-jarige Erna Wolters in 1958.
*) Of de andere vier ‘kinder-zegel-kindereren’ wel / niet leven, is mij (nog?) onbekend. Mocht iemand over gegevens beschikken van een van de anderen (familie en/of vrienden ervan) dan houd ik me er ten zeerste voor aanbevolen, evenals voor aanwezigheid van plakboeken en andere bijzonderheden. (batehijl@delta.nl).
