Wat zijn de verschillen tussen gestempeld, voorafstempeling, gebruikt en C.T.O.?
Filatelistische terminilogie uitgelegd.

Gestempeld (1)
Betekent dat een postzegel voorzien is van een afstempeling waardoor deze niet meer geldig is voor frankering. De afstempeling kan geplaatst zijn door de post als het zegel voor frankering is gebruikt, maar het kan ook op een andere manier gebeurd zijn.

CTO
Dit is een afkorting voor ‘Cancelled To Order’ oftwel op verzoek afgestempeld. Het betreft hier gestempelde postzegels, zonder dat deze ooit gebruikt zijn om een poststuk te verzenden. Meestal hebben de zegels dan ook nog gom, of zijn ze juist zonder gom uitgebracht. Het kan zo zijn dat het verzoek door een verzamelaar gedaan is. Bijvoorbeeld door op een postkantoor postzegels te kopen en er gelijk bij te vragen om er een stempel op te zetten om aan de ‘gestempeld’ verzameling te kunnen toevoegen. Het kan zijn dat zegels ergens op geplakt worden en afgestempeld worden zonder dat een verzending plaatsvindt (bijvoorbeeld op een kaart, envelop, folder of wat dan ook). Een bekend voorbeeld is een (onverstuurde) FDC (First Day Cover).
Meestal slaat de term C.T.O. echter op postzegels die door postadministraties afgestempeld worden. Bijvoorbeeld bij een nieuwtjesabonnement op gestempelde postzegels. Maar het kan ook gebeurd zijn bij het ten behoeve van verzamelaars op de markt brengen van postzegels. Doordat de zegels niet meer geldig zijn voor frankering kunnen ze vaak tegen een (veel) lagere prijs hun weg naar de verzamelaar vinden.

specimen
Een andere vorm waarbij postzegels niet meer geldig kunnen zijn voor frankering is een opdruk SPECIMEN. Meestal werd dit gebruikt om voorbeelden van nieuwe postzegels te versturen naar postkantoren, tijdschriften etc. Soms werd dit ook gebruikt om (hogere waarden) goedkoper aan te bieden aan verzamelaars (bijvoorbeeld bij Australië).

Gebruikt
Uit bovenstaande blijkt al dat gestempeld niet altijd gebruikt hoeft te betekenen. Gebruikt is echter ook niet altijd gestempeld. De definitie van een gebruikte zegel is dat er een poststuk mee verzonden is. De postzegel krijgt dan in principe een kenmerk waardoor deze niet meer opnieuw te gebruiken is. Meestal is dat inderdaad een of meerdere afstempelingen. Het kan echter ook een pennestreek zijn.
Soms is een zegel wel gebruikt maar niet afgestempeld. Alhoewel officieel niet toegestaan, zou deze na afweken opnieuw gebruikt kunnen worden. Deze zegels worden vaak ongebruikt zonder gom genoemd, maar zijn eigenlijk gebruikt zonder stempel. Vooral bij klassieke zegels zonder gom is vaak niet te achterhalen of de gom verdwenen is door gebruik of bijv. door losweken van een nooit gebruikte zegel uit een album. Dit, en het feit dat zegels op poststukken vroeger veel minder vaak ongestempeld bleven, rechtvaardigt toch wel het veelvuldig gebruik van de term ‘ongebruikt zonder gom’ voor klassieke zegels.

Valse afstempeling
Sommige zegels komen om een bepaalde reden weinig gebruikt voor. Bijvoorbeeld omdat ze kort in omloop geweest zijn, of kort geldig geweest zijn of omdat het tarief kort na uitgave wijzigde. Ongebruikt komen deze dan veel vaker voor. In dit soort gevallen zien we vaak een valse afstempeling die, al dan niet door de post, later aangebracht is. Meestal zonder een duidelijk leesbare datum van afstempeling.


Voorafstempeling
Sommige landen hebben voorafgestempelde zegels verkocht aan klanten die grote partijen post te verzenden hadden, waardoor niet alle stukken ook nog eens apart afgestempeld moesten worden. Soms is daarbij de afstempeling al in het ontwerp meegedrukt (bijvoorbeeld bij Frankrijk die afwijkende ontwerpen daarvoor uitgeeft), soms ook is de afstempeling op een bestaand ontwerp gedrukt. Of een zegel gebruikt of ongebruikt is is in deze gevallen alleen aan de achterkant te zien. Zonder gom is gebruikt, met gom is ongebruikt.
Gestempeld (2)
Een los gestempeld zegel kan dus zijn:
1. Gebruikt
2. CTO
3. Afgeweekt van een niet-verzonden stuk (bijvoorbeeld een FDC)
4. Vals afgestempeld
5. Een voorafstempeling (zonder gom)
